Schoolgids schooljaar 2011/2012
Een woord vooraf
Waarom een schoolgids voor de ouders?
Scholen verschillen in manier van werken, in sfeer, identiteit en wat kinderen er leren.
Scholen hebben verschillende kwaliteiten.
Deze schoolgids geeft aan waar onze school voor staat, wat ons drijft en hoe wij één en ander proberen te realiseren.
In deze gids proberen we u te vertellen:
o hoe we onze Christelijke identiteit waar willen maken,
o hoe we de doelstellingen die de wet op het Basisonderwijs ons stelt, proberen te garanderen,
o welke methoden we daarbij hanteren,
o hoe we andere belangrijke zaken aan de orde stellen,
o hoe we met elkaar omgaan,
o wat we van elkaar verwachten.
De gids is dus geschreven om u te informeren. Als ouder van een leerling, maar misschien ook als toekomstige ouder van deze school, bent u op zoek naar een school die het best bij uw opvattingen past.
Het team, de schoolcommissie en de MR stellen éénmaal per jaar een schoolgids samen. U ontvangt deze aan het begin van het schooljaar of bij de aanmelding van uw kind. In de schoolgids staat belangrijke informatie. We hopen dat u de gids zult doorlezen en bewaren.
Wat staat er verder nog in deze schoolgids?
In de gids vertellen we ook:
o hoe de opzet van ons onderwijs is
o hoe onze leerlingenzorg is georganiseerd
o hoe we de resultaten meten
Verder kunt u lezen wat we van u verwachten.
We besteden ook aandacht aan formele zaken als vakantie- en verlofregelingen, roosters, festiviteiten, inspraak, klachtenregeling en diverse adressen.
Inhoud
Een woord vooraf
Hoofdstuk 1
1.1 C.B.S. De Noordster, een eerste indruk
1.2 De schoolnaam
1.3 De Noordster, een christelijke basisschool
1.4 Uitgangspunten
1.5 Werken aan sfeer
1.6 Bestuursvorm
Hoofdstuk 2 Regels
2.1 Omgangsregels
2.2 Pleinregels
2.3 Pesten
2.4 Klachtenprocedure
2.5 Inspectie
2.6 Informatie- en advieslijn
Hoofdstuk 3 De organisatie van het onderwijs
3.1 De organisatie van de school
3.2 Groepssamenstelling
3.3 De samenstelling van het team
3.4 De leeractiviteiten van de kinderen
3.5 Rapport
Hoofdstuk 4 De zorg voor de kinderen
4.1 Opvang van nieuwe leerlingen in de school
4.2 Werken aan kwaliteit
4.3 De resultaten van het onderwijs
4.4 Toetsen
4.5 Onderwijs op maat
4.6 De speciale zorg
4.7 Leerlinggebonden financiering
4.8 Schoolbegeleiding
4.9 Schoolarts
Hoofdstuk 5 De leerkrachten
5.1 Wijze van vervanging bij ziekte, ADV of anderszins
5.2 De begeleiding van stagiaires van de PABO/Friese Poort
5.3 Nascholing van leerkrachten
5.4 Adressen van de leerkrachten
Hoofdstuk 6 De ouders
6.1 Contact
Hoofdstuk 1
1.1 C.B.S. De Noordster, een eerste indruk
De school staat in de kern van het dorp Nij Altoenae; een rustige omgeving met veel ruimte voor de kinderen.
De school is gevestigd in een modern, ruim en fris gebouw.
Op C.B.S. "De Noordster" werken we met combinatiegroepen.
Elke combinatiegroep heeft een eigen lokaal. Er is een multifunctionele ruimte die wordt gebruikt voor handvaardigheid, de lessen bewegingsonderwijs groep 1/2 en voor de tussenschoolse opvang.
De directeur en de IB-er hebben beide een eigen werkruimte. Voor het team is er een ruime personeelskamer waarin vergaderd wordt en waarin het team de pauze kan doorbrengen.
1.2 De schoolnaam
De school dankt haar naam aan een molen die stond aan de Nieuwebildtdijk tegenover de huisnummers 230, 232 en 234. In school kunt u een afbeelding zien van de molen.
1.3 De Noordster, een christelijke basisschool
C.B.S. De Noordster is een moderne, open, christelijke basisschool. We leven en werken vanuit ons geloof in God met de Bijbel als Zijn woord. Jezus is onze inspiratiebron.
De Noordster is een basisschool die openstaat voor iedereen die zich thuis voelt bij onze manier van leven en werken. We willen ruimte bieden aan ieder individu en er is respect voor ieders inbreng. Dit komt tot uiting in de omgang met elkaar, de keuze van de leermiddelen en in de sfeer die heerst op school.
Elke dag is er een dagopening en een dagafsluiting. Enkele malen per week wordt er een bijbelverhaal verteld. Zo mogelijk wordt een link gelegd naar de actualiteit. Ook het met elkaar zingen van Bijbelse liedjes hoort bij de dagopening. We gebruiken voor godsdienstige vorming de methode "Kind op Maandag".
1.4 Uitgangspunten
Op de Noordster werken we vanuit vijf belangrijke uitgangspunten.
* De kinderen gaan met plezier naar school, ontwikkelen zich en leren op eigen niveau.
* Als collega's proberen we een (h)echt team te vormen.
* Er is veel aandacht voor kinderen die moeite hebben met leren of daar juist heel goed in zijn en we passen de leerstof hierbij aan.
* De school richt zich op de toekomst:
nieuwe media spelen een rol in het lesprogramma.
* Er is regelmatig contact met de ouders, op verschillende manieren.
1.5 Werken aan sfeer
De sfeer in onze school is veilig, rustig en vertrouwd. Kinderen moeten met plezier naar school kunnen gaan. We zijn alert op zaken als discriminatie en pesten en werken in ons onderwijs gericht aan het voorkomen daarvan.
We hechten veel waarde aan het samenwerken van kinderen. Hierbij vinden we het ook belangrijk dat oudere kinderen samenwerken met jongere kinderen.
1.6 Bestuursvorm
De Noordster maakt deel uit van de vereniging voor christelijk basisonderwijs in de gemeente het Bildt. Deze vereniging heeft een bestuur dat gekozen wordt uit en door de leden van de vereniging. Het heeft een dagelijks en een algemeen bestuur. In hoofdstuk 10 staan de leden van het bestuur vermeld.
Hoofdstuk 2 Regels
2.1 Omgangsregels
Op school werken we met bepaalde, vaste regels. Op die manier bevorderen we de orde en regelmaat op school. Zo ontstaat er ruimte en aandacht voor ieder kind. We kijken naar het goede, het positieve. Daar gaat de meeste aandacht naar uit. Op die manier accepteren de kinderen ook veel gemakkelijker onderlinge verschillen.
De kern van de manier van omgaan met elkaar op de Noordster is te vatten in de volgende regel:
- Doe zo tegen een ander, zoals jij graag wilt hoe een ander tegen jou doet.
De houding ten opzichte van elkaar moet worden gespiegeld aan de hierboven verwoorde grondregel. Kinderen, leerkrachten en ouders moeten zichzelf afvragen of hun houding, daden en gedrag in overeenstemming zijn met de grondregel.
Om dit wat concreter te maken, zijn hieronder een aantal voorbeeldsituaties geschetst.
- Een kind vernielt zijn schoolboek door er slordig mee om te gaan.
De grondregel in gedachten houdende kan de vraag vervolgens gesteld worden of hij / zij het zelf leuk vindt dat uitgeleende spullen kapot terug komen.
- Een kind mag niet meespelen op het plein.
Vinden de anderen het leuk als ze in bepaalde situaties zelf niet mee mogen spelen?
- Er gebeurt een ongelukje op het plein, waarbij van opzet geen sprake is, maar het resultaat wel een huilend kind is.
Heeft de ander aandacht gehad voor het slachtoffer, of was het meer een houding van "Wat kan mij het schelen?!" Vraag: Wat heb jezelf het liefst in een geval waarbij jij het slachtoffer bent?
- Als leerkracht zijnde maak je soms fouten in je benadering van kinderen en ouders.
Een fout maken kan altijd, dat is menselijk, maar we vinden het van anderen ook belangrijk dat ze in een zelfde geval "sorry" zeggen.
- Er gebeurt iets op school, waar je het als ouder niet mee eens bent. Je kletst daarover bij het hek.
Hoe vind je het zelf als er over je wordt gepraat?
We willen dat uw kind veel leert en met plezier naar school gaat. We werken aan een fijne sfeer in de groepen en doen er alles aan om uit uw kind te halen wat erin zit.
2.2 Pleinregels
Tijden pauze:
10.15 uur: Begin van de pauze
10.20 uur: Alle kinderen zijn buiten.
10.35 uur: De bel gaat en de kinderen gaan rustig naar binnen.
Regels:
1. De pleinwacht is zo snel mogelijk na het begin van de pauze buiten op het plein.
2. Heen en weer geloop binnen / buiten gebeurt niet zonder toestemming van de pleinwacht.
3. Nooit van het plein gaan zonder toestemming van de pleinwacht.
4. Lege pakjes en dergelijke horen in de prullenbak thuis en niet op het plein, in de bosjes of op het gras. Een netjes plein is een mooi plein en je vindt het belangrijk om op een mooi plein te kunnen spelen!
5. Vechten en schelden horen niet thuis op het plein van de Noordster, want je vindt het zelf fijn dat een ander aardig tegen jou doet. Dit betekent dat jij dit ook tegen een ander doet.
6. We gaan zorgvuldig om met spelmateriaal, net zo zorgvuldig als dat jij wilt dat iemand anders met jouw spullen omgaat.
7. Samen spelen is fijn en iedereen mag meedoen, want jij mag ook meedoen!
8. Fietsen plaatsen we in/naast het fietsenrek.
2.3 Pesten
Op onze school willen we er alles aan doen om pesten heel serieus aan te pakken. Daartoe is een beleidsstuk vastgesteld voor alle Bildtse christelijke basisscholen, waarin een pestprotocol is opgenomen. Er is op bestuursniveau afgesproken dat dit protocol in de schoolgids wordt vermeld.
Doel van het pestprotocol
Een protocol tegen pesten probeert door samenwerking het probleem van het pestgedrag bij kinderen aan te pakken. Hiermee willen we het geluk, het welzijn en de toekomstverwachting van de kinderen verbeteren.
Het belangrijkste uitgangspunt bij pesten luidt:
Word je gepest, praat er thuis en op school over. Je moet het niet geheim houden!!
De GMR, het bestuur / de schoolcommissie / de directeur / het team van de verenigingen binnen het G3-verband verklaren het volgende:
Pesten is een wezenlijk en groot probleem. Pestgedrag is schadelijk voor kinderen, zowel voor slachtoffers als voor de pesters. Dit ernstige probleem moet aangepakt worden, in het bijzonder door de ouders en op schoolniveau door de leerkrachten.
GMR, directie en personeel moeten zo goed mogelijk samenwerken met leerlingen en ouders om het probleem "pesten" op te lossen.
Directie en personeel verplichten zich tot het volgende:
o hulp bieden aan het gepeste kind
o hulp bieden aan de pester
o aandacht geven aan de zwijgende meelopers
o hulp bieden aan de leerkracht
o hulp bieden aan de ouders
o het bewust maken en bewust houden van alle betrokkenen van het probleem
o het gericht voorlichten van alle betrokkenen binnen de vereniging
o het aanleggen van toegankelijke, goede informatie over het probleem "pesten"
Pesten hoort niet voor te komen , want we willen zelf ook niet gepest worden........
U kunt er op vertrouwen dat wij alles doen om het pesten te voorkomen. Onder schooltijd hebben wij zicht op wat er gebeurt. Na schooltijd is het een ander verhaal. Daarom is het van belang dat u ons signalen geeft als er gepest wordt, ook als het uw eigen kind niet betreft. Alleen dan kunnen we er adequaat op reageren!
Samenvattend:
Wij bieden uw kinderen een rustige omgeving, een goede sfeer onderling waarbij grote kinderen de kleine helpen, de school streeft naar een brede ontwikkeling van de kinderen. We doen ons best om de kinderen zoveel mogelijk te leren op verschillende manieren en we willen een gemeenschap zijn. Ook op deze manier werken we aan kwaliteit.
2.4 Klachtenprocedure
Indien u klachten heeft over zaken aangaande het schoolgebeuren, stellen we het op prijs dat u dit meldt bij de school. In eerste instantie kan dit bij de desbetreffende groepsleerkracht. In tweede instantie bij de directeur.
Als dit overleg niet naar tevredenheid is, kunt u contact zoeken met iemand van de schoolcommissie, het bestuur of de medezeggenschapsraad. Het bestuur kan een klacht zelf afhandelen of laten afhandelen door de directeur.
Het is echter mogelijk ook gelijk te informeren bij de klachtencommissie.
Bij ernstige zaken als discriminatie of seksuele intimidatie is er een officiële klachtenregeling. Het bestuur is daartoe aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie van de Besturenraad. Het adres van deze klachtencommissie is:
Besturenraad P.C.O.,
Postbus 694,
2270 AX Voorburg. Tel.: 070-3861697.
In onze regio zijn twee vertrouwenspersonen benoemd, waarnaar u zonodig doorverwezen kunt worden door de directeur. De vertrouwenspersoon gaat na of de gebeurtenis aanleiding geeft tot een klacht.
De vertrouwenspersonen voor Ferwerderadiel, Leeuwarderadeel en het Bildt zijn mevr. M ten Hoeve-Lafeber, huisarts te Stiens (tel. : 058-2573780) en dhr. T. Brandsma, oud-leraar aan de Friese Poort te Leeuwarden en wonende te St. Annaparochie. (tel.: 0518-401843)
2.5 Inspectie
De inspectie ziet toe op de deugdelijkheid van het onderwijs en of het onderwijs voldoet aan de gestelde normen. Zij kan hiervoor de school onderzoeken met behulp van verschillende onderzoeksmethoden als het periodiek kwaliteitsonderzoek en een jaarlijks onderzoek.
Voor vragen over onderwijs kunt u de inspectie bellen met tel.: 0800-8051 (gratis) of via
www.onderwijsinspectie.nl
Klachtmeldingen over geweld, seksuele intimidatie, fundamentalisme of discriminatie kunt u melden bij de vertrouwens inspecteurs. Tel. 0900-1113111
2.6 Informatie- en advieslijn
Er is een nieuw informatiepunt opgericht waar ouders met hun vragen over onderwijs terecht kunnen.
Via internet kan dit op www.50tien.nl en telefonisch via het gratis nummer 0800-5010.
Hoofdstuk 3: de organisatie van het onderwijs
3.1 De organisatie van de school
Er werken 8 personeelsleden op de Noordster, bijna allemaal parttimers.
Leerkrachten hebben zich gespecialiseerd, bijvoorbeeld als intern begeleider of als ICT-er. De leerkrachten volgen regelmatig cursussen om zich verder te specialiseren.
De directeur van de Noordster is mevr. Sjoerdje Poeze. Martha Loonstra is intern begeleider en Geartsje Stok is ICT-er.
Jaap Jansma is algemeen- directeur van alle christelijke basisscholen in de gemeente het Bildt.
In uw lagere schooltijd had u waarschijnlijk maar één juf of meester voor de klas. Nu is dit anders. Alle groepen op onze school hebben twee verschillende leerkrachten.
Doordat we steeds weer gezamenlijk de onderwijskundige en opvoedkundige problemen en mogelijkheden met elkaar bespreken, komen we als team sterk te staan. We streven naar een onderwijsconcept wat recht doet en tegemoet komt aan verschillen tussen de kinderen. Het zelfstandig werken is hierbij een belangrijke werkvorm.
3.2 Groepssamenstelling
Op C.B.S. de Noordster werken we met twee groepen per klas; dat betekent dat de groepen 1/2, 3/4, 5/6, 7/8 bij elkaar zitten.
Kinderen die na de teldatum van 1 oktober instromen, komen in de instroomgroep.
We streven ernaar dat er maximaal twee leerkrachten voor een combinatiegroep staan. Helaas lukt dit niet altijd!
3.3 De samenstelling van het team
Groep 1/2 maandagochtend
dinsdag t/m vrijdag Juf Sippie Tolsma
Juf Femmy de Bruin
Groep 3/4 maandagochtend t/m donderdag
vrijdagmorgen Juf Ina van Dellen
Juf Sippie Tolsma
Groep 5/6 maandag t/m woensdag
donderdag en vrijdag Juf Martha Loonstra
Juf Jessica van der Wal
Groep 7/8 maandag t/m woensdag
donderdag en vrijdag Meester Jelmer van der Bij
Juf Geartsje Stok
Op de maandag, dinsdag en donderdag heeft Sjoerdje Poeze directietaken en geeft ze invulling aan extra hulp en begeleiding.
Op donderdag en vrijdagochtend heeft Martha Loonstra IB-taken.
Sippie Tolsma zal op maandagmiddag en woensdagochtend ingezet worden voor extra hulp en begeleiding.
3.4 De leeractiviteiten van de kinderen
Groep 1/2
De aanpak in de groepen 1 en 2 verschilt van die van de andere groepen evenals de inrichting van het lokaal en de manier van werken. Het werken in de kleutergroepen gebeurt vanuit de kring. In de kring begint de dag en hier keren de kinderen ook steeds weer in terug. Daarnaast wordt er gespeeld en gewerkt aan tafels, in hoeken, met gym in het speellokaal en op het schoolplein.
In groep 1 ligt de nadruk op het wennen aan het naar school gaan. Er is veel aandacht voor regelmaat en gewoontevorming. Leren gaat vooral spelenderwijs. Dit gaat in groep 2 door, maar hier hebben de leerkrachten een meer sturende rol. Op hun eigen niveau moeten de kinderen al wat meer "presteren."
"Mijn spelen is leren - mijn leren is spelen.....
Waarom zou het leren mij vervelen?"
De meeste vakken komen in samenhang aan de orde aan de hand van een bepaald thema, zoals "de winkel" en "de lente".
Wie speelt in de poppenhoek is ook bezig met taalontwikkeling, wie speelt met een lotto leert ook getallen of kleuren en wie op een vel de golven van de zee tekent is bezig met voorbereidend schrijven.
Er is veel aandacht voor taalverwerving, omdat dit de basis is voor heel veel ander leren. Veel kinderen zitten ruim twee jaar (of drie) in een kleutergroep. Hoe lang de kleuterschooltijd is, is afhankelijk van hun leeftijd en hun aard en aanleg. In groep 2 worden (speelse) activiteiten aangeboden die voorbereiden op het leren lezen, rekenen en schrijven in groep 3.
We vinden het belangrijk dat een kind lang genoeg in een kleutergroep zit. Succesvol groep 3 doorlopen lukt pas als een kind hieraan toe is. Een kind mag niet jarenlang op de tenen de school doorlopen.
We gebruiken de methode "Schatkist" voor groep 1 en 2. Deze methode heeft een integraal pakket voor alle schoolvakken met veel nadruk op aanvankelijk lezen en rekenen. Ook voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen is veel aandacht. Naast het dagelijkse onderwijsaanbod, werken we met de methode "Kanjertraining".
Groepen 3 / 8:
kennisgebieden / vakken
Rekenen / wiskunde
We werken met de methode Pluspunt. Dit is een moderne realistische (= uit de dagelijkse werkelijkheid) rekenmethode. De methode kent een aantal toetsmomenten, waarna de kinderen stof aangeboden krijgen op hun niveau.
Ook in de groepen 1 en 2 wordt rekenstof aangeboden die af komstig is uit ideeënboeken en verband houdt met de methode.
Nederlandse taal
We werken met een methode voor taalonderwijs, de methode "Taal in beeld".
Het taalonderwijs is veelomvattend. De woordenschat wordt uitgebreid, ontleden en spelling krijgen de nodige aandacht en we laten de kinderen verhalen schrijven, boekbesprekingen en spreekbeurten (vanaf groep 5) houden.
We willen dat de kinderen actief, creatief en expressief met taal bezig kunnen zijn.
Lezen
In groep 3 wordt officieel een start gemaakt met het leren lezen. Er wordt gewerkt met de methode "Veilig Leren Lezen".
Op onze school vinden we lezen erg belangrijk. Niet alleen dat uw kind léért lezen, maar dat het ook ontdekt dat lezen leuk, spannend, leerzaam, gezellig of ontroerend kan zijn.
Recente onderzoeken en theorieën leren ons dat niet ieder kind op dezelfde manier leert lezen. Om hierbij aan te sluiten, hebben we gezocht naar een gedifferentieerde aanpak: ieder kind zijn eigen aanpak. Daarbij maken we gebruik van verschillende leesvormen.
Een paar keer per jaar worden de kinderen getoetst om te kijken op welk Avi-niveau een kind leest. Op basis hiervan wordt bekeken welke leesvorm een kind nodig heeft.
De verschillende leesvormen waar wij gebruik van maken, zijn:
o Connect lezen, o Ralfi-lezen en
o Duo-lezen, o Stillezen.
o Tutorlezen,
Onder Connect lezen verstaan we het verwerken van alle letter-klankkoppelingen, dus letters omzetten tot een woord. Het gaat hier om het correct leren lezen van woorden wat vervolgens overgaat in vloeiend lezen.
Bij het duo-lezen zijn twee kinderen samen aan het lezen uit één boek. Ze lezen om de beurt een bladzijde. Ze helpen elkaar met de moeilijke woorden en corrigeren elkaar op positieve manier.
Bij het tutorlezen worden leerlingen van groep 7/8 ingezet. De tutor leest samen met een ander kind uit één boekje. De tutor zorgt ervoor dat het lezen gemakkelijker wordt voor de leerling. Zo helpt de tutor bij een moeilijk woord, corrigeert en maakt positieve opmerkingen. Dit alles blijft onder begeleiding van een aantal leerkrachten.
Het Ralfi lezen is gericht op het verhogen van het leesniveau en vloeiend lezen. Deze kinderen lezen en herlezen dagelijks, een week lang dezelfde tekst. Dit alles gebeurt onder begeleiding van een leerkracht. De leerkracht leest eerst de tekst voor. Vervolgens gaat de groep koorlezen. De hele groep leest dan
tegelijk de tekst hardop voor en daarna worden er verschillende leesvormen gebruikt, bijvoorbeeld in tweetallen lezen.
De kinderen die op een voldoende niveau lezen, mogen stillezen. Stillezen is de beste manier om veel leeservaring op te doen en veel leeskilometers te maken.
In de groepen 3 t/m 8 worden voor het stillezen regelmatig boeken geleend van de bibliotheek. Daarnaast zijn er ook projecten in samenwerking met de bibliotheek. De kinderen krijgen dan een boek mee naar huis of brengen een bezoekje aan de bibliotheek.
In de hogere groepen komt de nadruk steeds meer op het begrijpend en later op het studerend lezen te liggen. Voor begrijpend/ studerend lezen maken we gebruik van de methode ????
Naast de verschillende leesvormen op school is het ook belangrijk dat u het lezen thuis stimuleert.
Meertaligheid
Voor de jongste kinderen is het van belang dat zij zich snel thuis voelen op school. In een veilige omgeving zullen ze gemakkelijker gedijen. Een belangrijk aspect daarbij is de acceptatie van de taal van het kind die het van thuis heeft meegekregen.
In onze situatie zijn dat naast het Nederlands, het Fries en het Bildts. Naast het respecteren/waarderen willen we graag dat de kinderen aan het einde van de basisschool het Bildts/Fries kunnen verstaan en begrijpen.
De voertaal in de lessen is vooral het Nederlands. In vrije situaties mogen de kinderen de taal gebruiken waarin ze zich het liefste uitdrukken.
We werken vanaf groep 1 met de methode Studio F voor Frysk.
Engels
In groep 7/8 wordt Engels gegeven. We maken daarbij gebruik van de methode "The Team" en de schooltelevisie.
De lessen Engels hebben een sterk communicatief karakter, d.w.z. dat de kinderen veel met elkaar praten in het Engels en zich op die manier verstaanbaar kunnen maken in een vreemde taal.
Schrijven
De kinderen leren op de Noordster schrijven met de methode "Schrijftaal".
De kinderen schrijven methodisch.
In groep 7/8 mogen de kinderen in bepaalde gevallen schrijven volgens hun "eigen" handschrift.
Wereldoriëntatie
Op heel veel momenten wordt gesproken over de wereld om ons heen en brengen we de kinderen kennis bij over het heden en het verleden van de aarde. Soms gebeurt dit in aparte vakken aan de hand van methoden, maar ook vaak door middel van werkstukken, leergesprekken, doe-opdrachten, spreekbeurten, schooltelevisie e.d.. De volgende methoden zijn op de Noordster in gebruik:
Natuur: We gaan hierbij uit van de eigen omgeving. Daar zoeken we materiaal bij, soms in de vorm van projecten. In groep 3/4 wordt er gewerkt met het schooltelevisie programma "Huisje, boompje, beestje". En in groep 5/6 wordt er gebruik gemaakt van het schooltelevisieprogramma "Nieuws uit de natuur". Bij beide schooltelevisieprogramma's hoort verwerkingsmateriaal dat gebruikt wordt in de klas. In groep 7/8 maken we gebruik van de methode "Natuur Buitengewoon".
Aardrijkskunde: Vanaf groep 5 werken we met de methode "Wijzer door de wereld". Bij elk land of onderwerp wat wordt behandeld, zoeken we aanvullend materiaal. Kinderen moeten kennis krijgen van hun eigen streek, land en van Europa en de rest van de wereld.
Geschiedenis: Vanaf groep 5 werken we met de methode "Wijzer door de tijd". We vinden het belangrijk dat de kinderen zich kunnen inleven in situaties van het verleden en deze kunnen combineren met het heden. Ook het leren van lessen uit het verleden komt aan bod. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken als discriminatie e.d..
Verkeer: In de groepen wordt gewerkt met de methode "Wijzer door het verkeer". We proberen hierbij aan te sluiten bij de verkeerssituatie van de kinderen in hun eigen omgeving.
Maatschappelijke verhoudingen en staatsinrichting
Voor dit vak- vormingsgebied hebben we geen speciale methode. In diverse andere lessen wordt er echter in voldoende mate voor gezorgd dat deze lesstof voldoende aandacht krijgt.
Burgerschapszin
Sinds 2006 zijn nieuwe kerndoelen voor het onderwijs van kracht. Onderwijs in burgerschap maakt deel uit van deze doelen. Burgerschap wordt niet direct gezien als een apart vak, maar maakt deel uit van het alledaagse lesgeven, waarbij leerlingen uitgedaagd worden na te denken over hun rol als burger in onze (Nederlandse / westerse) samenleving. Ze moeten leren daar nu en ook later een positief kritische bijdrage aan te kunnen leveren. Ook als 'kleine burger' moeten kinderen zich betrokken voelen bij en verantwoordelijk zijn voor de maatschappij waar ze deel vanuit maken. De betrokkenheid bij en de verantwoordelijkheid voor de sociale gemeenschap, maken deel uit van de identiteitsontwikkeling van onze leerlingen.
De ontwikkeling van burgerschapszin en sociale integratie komen tijdens diverse lessen in alle groepen aan de orde.
We denken daarbij o.a. aan tv-lessen als Koekeloere, Huisje-boompje-beestje, Nieuws uit de natuur en Het Weekjournaal. Ook bij andere vakken komen elementen van burgerschap aan de orde (o.a. godsdienst, geschiedenis en aardrijkskunde.)
Sowieso leren kinderen op school met andere mensen om te gaan (sociale competenties). Daartoe zijn er vaak democratisch opgestelde spelregels van kracht.
Geestelijke stromingen
Kennis van de verschillende geestelijke stromingen draagt bij aan het ontwikkelen van een eigen normen- en waardenpatroon bij de kinderen. Verder kan kennis van andere culturen bijdragen tot meer verdraagzaamheid en begrip.
Er is geen methode voor geestelijke stromingen. Dit onderdeel komt aan bod in de methodes voor geschiedenis, aardrijkskunde en godsdienstige vorming.
Expressie
Vanaf groep 3 besteden we per week ongeveer 3 uur aan de vakken tekenen, handenarbeid, muziek en drama. Deze vakken brengen evenwicht in het lesprogramma. Toch zien we deze vakken niet alleen als ontspannend; ook hier streven we kwaliteit na.
Creativiteit is een belangrijke basis in het leven!
We werken vooral met de nieuwe methode "Moet je doen!".
Bewegingsonderwijs
In groep 1/2 staat bewegingsonderwijs dagelijks 2 keer op het lesrooster. Er wordt in de multifunctionele ruimte gespeeld of op het schoolplein. Wilt u ervoor zorgen dat de kinderen schoenen op school hebben met een stroeve zool, die ze zelf kunnen aandoen, dus zonder veters?
De groepen 3 tot en met 8 krijgen 1 keer per week gymles in de gymzaal of op het sportveld. De groepen 6, 7 en 8 krijgen eens per twee weken natte gymnastiek in "de Bildtse slag" in Sint Annaparochie. De kosten daarvoor bedragen ongeveer € 24,-- per jaar.
Tijdens de gymlessen dragen de kinderen gymkleding; bijvoorbeeld een korte broek en een t-shirt. Het is belangrijk dat de leerlingen goed passende gymschoenen dragen tijdens de gymlessen, o.a. ter voorkoming van voetwratten. Geen balletschoentjes i.v.m. het gevaar van uitglijden en kans op ongelukken. Indien uw kind geen gymkleding en/of schoeisel mee heeft, kan uw kind niet meedoen met de gymles, dit in verband met de veiligheid van uw kind.
3.5 Rapport
Al deze bovengenoemde vakgebieden worden gewaardeerd via een rapport dat de kinderen twee keer per jaar mee naar huis krijgen, in januari/februari en juni/juli.
Naar aanleiding van het rapport kunt u kenbaar maken of u gebruik wilt maken van het rapportenspreekuur.
Hoofdstuk 4 De zorg voor de kinderen
4.1 Opvang van nieuwe leerlingen in de school
In de meeste gevallen zal een nieuwe leerling bij inschrijving op de Noordster vier jaar zijn.
Bij aanmelding van bijna vierjarigen wordt de intake gedaan door de groepsleerkracht van groep 1 en 2 en/of de directeur, door middel van een huisbezoek. U krijgt informatie over de school en het inschrijfformulier wordt met u doorgenomen. Heeft uw kind op de peuterschool gezeten? Dan hebben wij uw goedkeuring nodig om gegevens van uw kind van de peuterschool te kunnen ontvangen. Uw kind mag bij ons drie dagdelen meedraaien. Ouders van nieuwe (vierjarige) leerlingen krijgen bij de aanmelding een kleuterfolder met specifieke informatie over groep 1/2.
De inschrijving van een leerling die door middel van verhuizing bij ons wordt aangemeld, wordt door de directeur gedaan.
Andere dan door vierjarige/verhuizing aanmeldingen gaan in overleg met directeur en ib-er.
4.2 Werken aan kwaliteit
De beste leerlingenzorg is het geven van goed onderwijs. Dit proberen we te realiseren door:
- het structureel volgen van de ontwikkeling en resultaten van de leerlingen.
- te werken met goede methoden
- het geregeld volgen van nascholing
- goed en gemotiveerd personeel
Er zijn leerlingen die de lesstof moeilijk aankunnen en die veel extra oefenstof nodig hebben. Hiermee houden we rekening in de planning van het onderwijsaanbod.
Bij de aanschaf van methoden wordt gekeken naar de indeling basisstof, verrijkingsstof en herhalingsstof.
Nog belangrijker dan de methoden die een school gebruikt zijn de mensen die er werken. Aan hen heeft u uw kind toevertrouwd. De teamleden werken niet op eigen houtje, maar besteden veel tijd aan samenwerking en overleg. Jaarlijks wordt geld uitgegeven aan nascholing. De maatschappij verandert voortdurend en dus ook het onderwijs. Nieuwe ontwikkelingen volgen we op de voet. Daarom zijn er elk jaar diverse studiedagen.
Nog een manier om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en verder te verhogen is het werken met signalerende (is er wat aan de hand?) en diagnosticerende (wat is er aan de hand?) toetsen. Toetsen geven ons inzicht in de schoolvorderingen van de kinderen.
4.3 De resultaten van het onderwijs
In algemene zin werken we als school aan de kerndoelen en proberen we een gunstige invloed op de resultaten van het onderwijs uit te oefenen door:
- voortdurend aan na- en bijscholing te doen
- gebruik te maken van goede en moderne methodes
- een analyse te maken van onze goede en zwakke punten m.b.v. een quickscan en een ouderenquête en dit te verwerken in de beleidsplannen voor de komende jaren
- te werken met een meerjarenbeleid, zie ook het hoofdstuk schoolplan
Om op onze school voldoende zicht te krijgen op de resultaten van het gegeven onderwijs maken we gebruik van de volgende middelen:
- een regelmatige registratie/ observatie van de leervorderingen en -ontwikkeling van de kinderen door de groepsleerkrachten.
Het betreft hier methodegebonden toetsmateriaal en een methode- onafhankelijk leerlingvolgsysteem voor de gehele school:
4.4 Toetsen
a. Groepen 1 en 2
- CITO taal en ordenen
- Voorbereidend lezen (Saboso)
b. Groepen 3 t/m 8
DLE-test hoofdrekenen en Cito toetsen voor rekenen/wiskunde, begrijpend lezen, spelling en technisch lezen (DMT en AVI) en woordenschat.
Een aantal kenmerken zijn:
- het volgsysteem heeft betrekking op de gehele basisschool
- het heeft betrekking op de basisvaardigheden
- het vergelijken van resultaten van testen is mogelijk
- het systeem geeft mogelijkheden om zwakke en goede punten van de leerling en de groep vast te stellen
Het systeem is eenvoudig en praktisch en wordt op veel scholen gebruikt.
CITO-Entreetoets
Deze toets wordt in april/mei door groep 7 gemaakt. De toets geeft een duidelijk beeld van de vorderingen op het gebied van rekenen, taal en algemene kennis. De toets geeft aan waar zich nog eventuele hiaten bevinden.
Drempeltest en Cito Eindtoets
De kinderen van groep 8 worden in november getoetst aan de hand van de Drempeltest. Deze toets test niet alleen kennis, maar ook zaken als doorzettingsvermogen, nauwkeurigheid, ruimtelijke oriëntatie en zelfbeeld. Het is geen schoolkeuzetest, maar geeft een reële inschatting van het niveau. Ook wordt er in groep 8 de Cito Eindtoets afgenomen. Deze toets vindt plaats in februari en is gekoppeld aan landelijke data.
Zowel de Cito Entreetoets, de Drempeltest als de Cito Eindtoets helpen school, kinderen en ouders bij de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs. Die toetsen zijn niet doorslaggevend of zaligmakend. De scholen voor voortgezet onderwijs hechten in het algemeen meer waarde aan een goed onderbouwd advies van de basisschool.
De Noordster wil geen leerfabriek zijn, waarin slechts kennis en vaardigheden worden overgedragen. Begeleiding bij de persoonlijke ontwikkeling vinden we tevens belangrijk.
Hierbij houden we er rekening mee dat ieder kind uniek is en z'n eigen mogelijkheden heeft.
In algemene zin kunnen we zeggen dat de Noordster m.b.t. de resultaten van de CITO - Eindtoets en de Drempeltest zich op of boven het niveau van het landelijk gemiddelde bevindt.
Het afgelopen cursusjaar waren de resultaten van de Drempeltest rond het gemiddelde. De score van de CITO-Eindtoets (2010) was rond het gemiddelde.
Van de 6 leerlingen van groep 8 (2010) gingen er 6 naar de Ulbe van Houten in Sint Annaparochie. 2 leerlingen gingen naar de VWO-klas en 3 gingen naar de heterogene stroom; met 3 leerlingen instroomadvies HAVO en 2 leerlingen instroomadvies VMBO. 1 leerling ging naar de VMBO-LWOO klas.
4.5 Onderwijs op maat
Kinderen ontwikkelen zich van nature. Ze zijn nieuwsgierig en willen steeds iets nieuws leren. Op school stimuleren we de kinderen en dagen ze uit om steeds iets nieuws te ontdekken. Als de ontwikkeling wat minder vanzelfsprekend verloopt, bieden we hulp. De school is klassikaal georganiseerd. Wel wordt er rekening gehouden met verschil in aanleg en tempo. Wie moeite heeft met bepaalde onderdelen krijgt extra hulp en extra oefenstof. Voor kinderen die meer aankunnen is er altijd extra stof en extra uitdaging.
De vakken taal, lezen en rekenen vormen de kern van ons onderwijs.
Aan het zelfstandig verwerken en plannen van de leerstof hechten we veel waarde.
We werken planmatig aan het realiseren van een systeem van zelfstandig werken op school. Hierin zit een duidelijke lijn en opbouw. De onderbouw werkt af en toe met een dagtaak, de middenbouw regelmatig met dagtaken en in de bovenbouw werken de kinderen al met weektaken. Ze krijgen daarin een verplicht deel en een keuzedeel.
Beleid ten aanzien van zittenblijven en een groep overslaan.
In de schoolloopbaan van uw kind streven we naar een ononderbroken ontwikkeling. Toch kan het voorkomen dat we in overleg met de ouders besluiten dat een kind een jaar extra moet doen.
Wanneer een doublure nodig is, gebeurt dit meestal in de onder- of middenbouw. Bij kleuters komt het regelmatig voor dat een kind nog niet klaar is voor groep 3. Hij/zij is sociaal-emotioneel en/of qua leerontwikkeling nog niet op het gewenste niveau om door te stromen.
Het kan zijn dat een kind laag scoort op de Cito toetsen van het leerlingvolgsysteem. Er volgt dan een Pedagogisch Didactisch Onderzoek (PDO). Aan de hand van dit PDO bespreken we met de ouders wat de beste leerlijn voor het kind is en wordt er een handelingsplan opgesteld.
In de groepen 3 en 4 zijn leerproblemen vaak aanleiding om te overwegen het kind nog een extra jaar te gunnen om de leerstof te leren beheersen.
NB: Een jaar overdoen betekent niet dat alle leerstof voor de tweede keer gedaan moet worden!
Een groep versnellen kan ook.
Uitgangspunten hierbij zijn:
a. Groep 1/2:
- Het kind presteert over de hele linie op Cito A-niveau
- Het heeft een taalgebruik duidelijk boven het leeftijdsniveau
- Sociaal emotionele ontwikkeling en leerhouding zijn bovengemiddeld
- Er is een goed overleg met de ouders over het versnellen van het kind geweest.
b. Groep 3/4:
- Het kind kan de extra stof naast de basisstof met gemak aan; kan dit met weinig hulp goed verwerken.
- De resultaten van het leerlingvolgsysteem moeten een duidelijke indicatie geven.
- Het sociaal emotionele aspect moet tevens aanleiding zijn om te versnellen.
Wij hanteren bij zowel doublure als versnellen een protocol.
In alle gevallen staat het belang van uw kind voorop! De ouders worden bij het besluitvormingsproces nauw betrokken.
4.6 De speciale zorg
In overleg met de ouders kan de groepsleerkracht in overleg met de intern begeleider (Martha Loonstra) een handelingsplan maken, waarmee gedurende een bepaalde periode gewerkt wordt. Het is de bedoeling dat een hulpprogramma in de groep zelf verwerkt wordt en eventueel thuis.
Heeft u vragen over het handelingsplan dan kunt u in de eerste plaats terecht bij de eigen groepsleerkracht. Voor overige vragen over zorg kunt u terecht bij de intern begeleider (ib-er).
Blijven er problemen dan kan een beroep gedaan worden op de bovenschools ib-er. Ellen Timmerman, het WSNS team, de logopediste, schoolarts en schoolmaatschappelijk werk.
Martha Loonstra coördineert dit proces.
Wij hebben altijd schriftelijk toestemming van de ouder(s) nodig om externe stappen te kunnen nemen. Na toestemming van de ouders kan er bijvoorbeeld een observatie of een uitgebreid onderzoek plaatsvinden om handelingsadviezen te krijgen voor verdere hulp of begeleiding.
Dit wordt altijd met de ouders besproken. Handelingsadviezen richting school en/of ouders vormen geen verplichtingen, maar zijn vaak wel zeer gewenst om op te volgen.
Weer Samen Naar School
Per 01-08-1998 is de nieuwe wet op het Primair Onderwijs van kracht geworden. Dit heeft vergaande consequenties voor het basis- en met name het speciaal basisonderwijs, dat vanaf de genoemde datum binnen het samenwerkingsverband "Weer Samen Naar School" onder één noemer is gebracht.
Scholen werken in het kader van hun samenwerkingsverband met als hoofddoelstelling: de versterking van de integrale leerlingenzorg aan een gezamenlijke aanpak van basis- en speciaal basisonderwijs. Het motto is: "Breng niet de leerlingen naar de zorg, maar de zorg naar de leerlingen!" Dit vraagt om een gemeenschappelijke inzet, een duidelijk beleid en een goed voorbereide meerjarenplanning, vastgelegd in een uitgewerkt planningsdocument: het zorgplan (ligt ter inzage op school).
De coördinatiegroep WSNS met drie vertegenwoordigers uit het basisonderwijs en één vanuit het speciaal (basis-) onderwijs bereidt het zorgplan voor. Deze groep functioneert als aansturend managementteam ten behoeve van het (dagelijks) bestuur van het Federatieve Samenwerkingsverband Christelijk Primair Onderwijs Noordwest Friesland.
Na het zorgplan worden een aantal beleidsvoorstellen gedaan en uitgewerkt.
Al een aantal jaren doet "C.B.S. De Noordster" mee binnen het "Samenwerkingsverband primair onderwijs Noord-West Friesland zorgbreedte". Een project waarin alle basisscholen in onze regio samen met scholen voor Speciaal Basisonderwijs proberen elkaar te ondersteunen in het lesgeven aan kinderen die extra zorg nodig hebben. Op deze manier willen we proberen die kinderen op een verantwoorde manier zolang mogelijk op de eigen (buurt-) school te helpen. Ze kunnen dan in hun eigen omgeving naar school blijven gaan, met hun vrienden en vriendinnen. Voor deze kinderen wordt de lesstof zodanig aangepast, dat zij er op hun niveau mee aan de slag kunnen. Pas als blijkt dat we een kind, -zelfs met die extra hulp- , niet voldoende kunnen helpen, gaan we in overleg met de ouders het kind aanmelden bij de PCL (permanente commissie leerlingenzorg). Als criterium hiervoor houden wij aan dat er sprake moet zijn van ernstige gedrags- en/of leerproblemen op meerdere gebieden en we hierdoor problemen verwachten en/of signaleren op sociaal emotioneel gebied. In eerste instantie wordt een ambulant begeleider vanuit het SBO (speciaal basisonderwijs) ingeschakeld. De ambulant begeleider gaat kijken wat zij voor school kan betekenen. Ook kan er eventueel een onderzoek worden aangevraagd.
Mocht ook deze hulp van de ambulant begeleider ontoereikend zijn dan kan een aanvraag worden ingediend voor een beschikking naar het SBO of een indicatie voor een REC school (evt. leerlinggebonden financiering).
Voor een beschikking of indicatie moet een zorgrapport worden opgesteld. De permanente commissie leerlingenzorg (PCL) of de commissie van indicatie (CVI) gaat vervolgens kijken of een kind in aanmerking kan komen voor een beschikking of indicatie.
De school voor speciaal basisonderwijs waarmee wij samenwerken is "De Aquamarijn" in Leeuwarden.
Passend onderwijs
Het is de bedoeling dat we richting 2011 naar het passend onderwijs gaan. Bij de vernieuwing van de zorgstructuur staat de zorgplicht centraal. De besturen krijgen de verantwoordelijkheid om voor alle leerlingen (ongeacht hun beperking) een passend onderwijsaanbod te realiseren. Wanneer een school dit aanbod niet (volledig) zelf kan verzorgen, moet zij dit in overleg met andere scholen/besturen realiseren. Hierbij wordt de positie van ouders versterkt, zowel wat betreft de ondersteuning van individuele ouders, als collectief. Er wordt dan met name met "handelingsgericht werken" gewerkt. Handelingsgericht werken en begeleiden is een manier van werken waarin het groepsplan centraal staat. De interne begeleider heeft samen met de groepsleerkracht een centrale rol in het zoveel mogelijk preventief regelen van zorg voor leerlingen met ontwikkelingsproblemen. Ook degenen die de leerkracht ondersteunen met diagnostiek of (ambulante) begeleiding zullen hun advisering afstemmen op het handelen van de leerkracht.
4.7 Leerlinggebonden financiering
Op 1 augustus 2003 is de "regeling leerlinggebonden financiering" in werking getreden. Vanaf dat moment kunnen, binnen bepaalde grenzen, kinderen met een handicap op basisscholen worden ingeschreven.
Onder leerlingen met een handicap worden kinderen verstaan die
o slechthorend of doof zijn,
o een spraak- en/of taalprobleem hebben,
o zeer moeilijk lerend zijn of
o zeer moeilijk opvoedbaar zijn.
Deze leerlingen hebben, nadat de handicap is vastgesteld door een bevoegde instelling, een "indicatie". Deze leerlingen krijgen dan een leerlinggebonden financiering Dat wil zeggen een "rugzak" met financiële middelen die voor die leerling bestemd zijn. Deze middelen kunnen worden ingezet voor extra begeleiding en specifieke materialen.
Ouders kunnen er voor kiezen hun "gehandicapte" kind aan te melden bij een school voor Speciaal Onderwijs. In veel gevallen zal dit verstandig zijn. Ouders kunnen hun kind ook aanmelden op de reguliere basisschool.
Deze aanmelding kan alleen met een positieve beschikking van een Commissie voor de Indicatiestelling (landelijke criteria).
Het regionaal expertise centrum (REC) verzorgt het speciaal onderwijs in de regio en biedt ambulante begeleiding aan bij scholen waar kinderen met een handicap les krijgen.
Het REC adviseert ouders hoe ze een verzoek tot indicatiestelling moeten indienen. Ook kan het REC ouders helpen bij het kiezen van een geschikte school.
Onze school is bereid om kinderen met een handicap toe te laten, maar centraal staat dan steeds de vraag of wij de voorwaarden kunnen scheppen om het kind op een verantwoorde wijze op te vangen en of wij de gewenste zorg kunnen bieden.
Bij die afweging zijn de deskundigheid van het team, de invloed die de plaatsing kan hebben op school- en groepsomstandigheden en de mogelijkheden of onmogelijkheden van het schoolgebouw, van wezenlijk belang.
Overigens is de binnen onze school gehanteerde toelatings- en weigeringsprocedure van toepassing bij de aanmelding.
Als team hebben we over het voorgaande onderbouwde afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een zorgprotocol (beleidsstuk) dat op school ter inzage ligt voor alle ouders. Voor vragen kunt u contact opnemen met de directeur van de school en/of de intern begeleider.
4.8 Schoolbegeleiding
Het centrum voor Onderwijsbegeleidingsdiensten in Friesland (Cedin) is een instituut dat het onderwijs ondersteunt binnen scholen. Daarnaast is het mogelijk om ondersteund te worden door het onderwijsadviesbureau High Five uit Drachten.
Een onderwijsbegeleider begeleidt en adviseert schoolteams bij zaken als onderwijsvernieuwing en aanschaf van nieuwe onderwijsmaterialen als een methode.
4.9 Schoolarts
G.G.D. Noord-Friesland,
tel.: 058-2334334
De schoolarts stelt zich ten doel: "Het begeleiden van de groei en ontwikkeling en het zo vroeg mogelijk signaleren van stoornissen in de ontwikkeling."
Het werk van de schoolarts is een vervolg op de jeugdgezondheidszorg van 0 tot 4 jaar door de consultatiebureaus van de kruisvereniging.
Het onderzoeksschema is als volgt:
- Groep 2: Geneeskundig onderzoek door de schoolarts
- Groep 7: Preventief verpleegkundig onderzoek
Ook in andere groepen kan er door de ouders een beroep worden gedaan op de schoolarts.
Hoofdstuk 5 De leerkrachten
5.1 Wijze van vervanging bij ziekte, ADV of anderszins
Het is bijna niet meer zo dat een leerkracht, zoals vroeger, vijf dagen per week in een en dezelfde klas werkt. Velen werken parttime of hebben andere taken. Daarom zijn er vaak meerdere leerkrachten werkzaam voor een groep. Zoals eerder vermeld proberen we dit te beperken tot maximaal twee personen voor elke groep.
Bij ziekte van een van de leerkrachten proberen we de vervangingspool een invalleerkracht te regelen.
Het is nog nooit voorgekomen dat er een groep kinderen naar huis moest worden gestuurd.
5.2 De begeleiding van stagiaires van de PABO/Friese Poort
Op de PABO worden nieuwe leerkrachten opgeleid. En op de Friese Poort worden onderwijsassistentes opgeleid. Deze leerkrachten en onderwijsassistentes moeten op een bepaald moment stage lopen op onze school. We vinden het waardevol om stagiaires van de PABO en de Friese Poort te mogen begeleiden. Op deze manier dragen wij ons steentje bij om de school ook in de toekomst te voorzien van goed opgeleid personeel. Bovendien is het contact met de PABO, jonge collega's in spé met ons voor ons onderwijs van belang.
De eindverantwoordelijkheid van de door de stagiaires gegeven lessen blijft altijd bij de groepsleerkracht.
In het vierde jaar van de PABO gaan de stagiaires gedurende een half jaar les geven in een groep. Dit is de LIO-stage. LIO-leerkrachten hebben drie dagen per week zelfstandig een groep en krijgen daarin veel begeleiding van de leerkracht met wie ze de groep hebben.
5.3 Nascholing van leerkrachten
Regelmatig volgen de leerkrachten nascholingscursussen om in hun onderwijspraktijk op de hoogte te blijven van allerlei ontwikkelingen. De cursussen vinden meestal plaats buiten de schooltijden, maar soms komt het voor dat er onder schooltijd een cursus is. Als hiervoor wordt vrijgegeven, dan worden de ouders daar tijdig van op de hoogte gesteld.
5.4 Adressen van de leerkrachten
Achterin deze gids staan de adressen van de leerkrachten met hun speciale taken op onze school.
Hoofdstuk 6: De ouders
6.1 Contact
Een goed contact tussen school en thuis is heel belangrijk. Niet voor niets is het hebben van veel contact een van de vijf uitgangspunten van de Noordster. We informeren u over alle belangrijke gebeurtenissen op school en over het wel en wee van uw kind. We stellen het op prijs als u ons van belangrijke gebeurtenissen thuis op de hoogte stelt. Vaak kun je dan bepaalde reacties/gedragingen van kinderen beter plaatsen. Een goede samenwerking tussen school en thuis bevordert het welbevinden van uw kind.
Ook doen we als school een beroep op de ouders om aan allerlei activiteiten deel te nemen en mee te helpen en te denken binnen de schoolorganisatie.
Stapsgewijs schrijven we nu over verschillende activiteiten waarbij er sprake is van contact school en thuis.
Inloopmiddagen
Aan het begin van het schooljaar willen we u en uw kind(eren) uitnodigen op school zodat u materialen kunt inkijken en kennis kunt maken met de groepsleerkracht(en)
Huisbezoek
Op initiatief van leerkracht en/of ouders en bij alle nieuwe kleuters komt de leerkracht (of directeur) van uw kind op huisbezoek.
Brengen en halen van de kinderen
In de onderbouw worden veel kinderen nog gebracht naar en gehaald van school. Na schooltijd is er dan altijd gelegenheid voor een informeel gesprek.
Informatiebulletin.
Deze verschijnt één keer per maand digitaal (ongeveer 10 keer per schooljaar). Hierin staan actuele onderwijszaken en informatie over de diverse activiteiten.
Daarnaast kan het voorkomen dat uw kind tussentijds door middel van een briefje op de hoogte wordt gesteld van diverse zaken. Het oudste kind op school krijgt de informatie mee.
Ouderavond
Jaarlijks organiseert het team in samenwerking met de schoolcommissie en de MR een ouderavond voor u, als ouders. Het thema van deze avond is gerelateerd aan de opvoeding van uw kind. We stellen het op prijs als u komt!.
Schoolkrant
Twee maal per jaar verschijnt onze schoolkrant, halverwege en aan het einde van het schooljaar. De krant is vooral gevuld met werk van de kinderen.
We streven ernaar dat ieder kind aan bod komt in de school krant.
We hebben een schoolkrant redactie die bestaat uit ouders, kinderen uit diverse groepen en een teamlid.
10-minutengesprekken.
De resultaten van leer/ontwikkelingsgebieden worden tweemaal per jaar met u besproken. U krijgt hiervoor een uitnodiging.
Rapportenspreekuur
De kinderen krijgen twee keer per jaar een rapport, in januari/februari en in juni/juli.
Aan de hand van de resultaten kunnen ouders zelf het initiatief nemen om gebruik te maken van het rapportenspreekuur.
6.2 Spreekuur
De directeur is beschikbaar voor een gesprek op dinsdag of donderdag. U kunt haar dan vinden in het directiekamertje. Graag vooraf even een afspraak maken.
Overal waar gewerkt wordt zijn wel eens misverstanden en worden er fouten gemaakt. Dat is op de Noordster niet anders. U bent altijd welkom om dergelijke punten te bespreken of om een klacht in te dienen.
Samen streven we naar een goede oplossing en als we er niet uit mochten komen dan bespreken we wie we moeten inschakelen om het probleem op te lossen.
6.3 Op tijd beginnen
Eén van de uitgangspunten van onze school is dat kinderen met plezier naar school gaan. Voor een goede sfeer zijn afspraken nodig.
.. Vanaf tien minuten voor schooltijd, niet eerder, zijn de deuren open.
Kinderen uit de groepen 1 en 2 mogen worden binnengebracht. Wilt u eraan denken om de klas op tijd te verlaten?
.. De eerste bel gaat om 8:25/12:55. Dat betekent dat uw kind het buitenspel afmaakt, afscheid neemt en naar binnen gaat.
.. De tweede bel gaat om 8:30/13:00. Dan willen we beginnen.
.. Tijdens de pauze (om 10.15 uur) gaan de groepen 3 t/m 8 naar buiten. Er is pleinwacht. Als uw kind niet buiten mag/kan, wilt u ons dat dan laten weten?
.. Wilt u laarzen, gymkleding e.d. van naam voorzien?
6.4 Buitenschoolse opvang
Tussenschoolse opvang
Het is wettelijk verplicht dat we vanaf 1 augustus 2006 een ruimte aanbieden op school om uw kind over te laten blijven. Overblijven betekent dat de kinderen tussen 11:45 en 12:45 onder toezicht van een oppashulp eten en drinken en even kunnen spelen. Vanaf 1 januari 2007 bieden we als school tussenschoolse opvang. Van het begin wordt er goed gebruik gemaakt van het overblijven.
Uw kind kan op alle dagen overblijven, behalve op de woensdag.
Vanaf 1 september 2008 heeft Stichting Kinderopvang Friesland de TSO overgenomen.
Voor- en naschoolse opvang
Per 1 augustus 2007 worden de besturen van de basisscholen verantwoordelijk voor de aansluiting van de school op de buitenschoolse opvang. Het bestuur heeft de verplichting om kinderen sluitende dagopvang te bieden als ouders daarom vragen.
Buitenschoolse opvang is een verzamelnaam voor twee soorten opvang:
* voorschoolse opvang
(7.30 - 8.30 uur) en
* naschoolse opvang
(15.15 - 18.30 uur)
Beide vormen van buitenschoolse opvang moeten voldoen aan de kwaliteitseisen van de Wet Kinderopvang (WKO)
Ons bestuur heeft evenals het bestuur van het openbaar basisonderwijs in de gemeente het Bildt besloten een contract te sluiten met de Stichting Kinderopvang Friesland. Wij denken dat de kwaliteit van de opvang bij deze organisatie is gewaarborgd. Samen met de basisscholen werkt de Stichting Kinderopvang aan een integrale ontwikkeling van het kind.
Er is door de besturen gekozen voor het zogenaamde makelaarsmodel. Dat betekent dat de buitenschoolse opvang wordt uitbesteed en er een duidelijke taakverdeling is. De school zorgt voor het onderwijs en de Stichting Kinderopvang Friesland zorgt voor de opvang. De opvang kan op school zijn, in een neutraal gebouw in het dorp of kan door gastouders worden verzorgd.
Vanzelfsprekend bent u vrij om voor buitenschoolse opvang gebruik te maken van een andere organisatie of instelling.
Via de school wordt u door Stichting Kinderopvang Friesland op de hoogte gehouden over de gang van zaken.
Voor nadere informatie kunt u bij de Stichting terecht.
Het adres is postbus 134, 8800 AC Franeker,
telefoon: 0517-380680
www. kinderopvangfriesland.nl
6.5 Leerlingen aanmelden
Een school kan een kind dat tenminste drie jaar en tien maanden oud is enkele schooltijden toelaten om het kind alvast te laten wennen aan de school. Op de Noordster kunnen kinderen 3 dagdelen komen "proefdraaien".
Voor het aanmelden van leerlingen kunt u een afspraak maken met de leerkracht van groep 1/2 of met de directeur.
6.6 Verzekeringen
Er is voor onze school een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een ongevallen verzekering en een aansprakelijkheids verzekering.
Op grond van de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen bij schoolactiviteiten (leerlingen, personeel, vrijwilligers) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering indien een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk meeverzekerd, voor zover de eigen verzekering van betrokkene geen dekking biedt (bijvoorbeeld door eigen risico).
Materiële schade zoals een kapotte bril valt niet onder deze verzekering.
De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als zij die voor de school actief zijn (personeel, bestuursleden, vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen. De school kan alleen aansprakelijk worden gesteld bij verwijtbaar handelen. (Wanneer bijv. tijdens de gymnastiekles bij een balspel een bril wordt beschadigd - valt deze schade niet onder de aansprakelijkheidsverzekering).
In principe zijn en blijven de ouders aansprakelijk voor het doen en laten van hun kind.
Als een leerling tijdens schoolactiviteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, zijn daar in de eerste plaats de ouders verantwoordelijk voor. Het is daarom belangrijk dat u als ouders zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering hebt afgesloten
6.7 Medezeggenschap
De Medezeggenschapsraad is een inspraakorgaan voor ouders en personeelsleden. Twee ouders en twee personeelsleden hebben zitting in de MR. De MR vergadert ongeveer één keer in de 2 maanden.
De taak van de MR is het geven van adviezen en het nemen van besluiten over onderwerpen die te maken hebben met het beleid van de school. Voorbeelden hiervan zijn: vakantieregeling, sollicitatieprocedures, schoolplan e.d..
Twee leden van de MR zijn vertegenwoordigd in de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, gevormd door afgevaardigden van de zes scholen van onze schoolvereniging. De GMR vergadert in principe elke twee maanden en dan steeds in de eerste week van de maand, in de week voorafgaand aan de vergadering van het Dagelijks Bestuur.
De GMR toetst beleidsmatige voorstellen van het bestuur en heeft daarin een stem. Ook kunnen ze zelf met initiatieven komen. De algemeen directeur woont de GMR vergaderingen bij. Hij vertegenwoordigt het bestuur, geeft uitleg aan het beleid en kan hier op bevraagd worden.
De schoolcommissie plant hun vergaderingen in de eerste week van de maand. Zij vergaderen meestal iedere maand. Taak van de school commissie is om een brug te slaan tussen ouders, algemeen bestuur en de school. Tevens heeft de school commissie taken op het gebied van financiën en onderhouds beheer en fungeert als denktank op het gebied van onderwijskundige en organisatorische zaken. Er is een reglement aanwezig waarin de taken van de schoolcommissie beschreven staat.
De activiteitencommissie komt ongeveer 8 keer per jaar bij elkaar. De activiteitencommissie organiseert en verleent haar medewerking aan veel activiteiten op school.
Namen van de leden van de MR, AC en schoolcommissie staan achter in de gids.
6.8 Financiën
Ouderbijdrage
Scholen mogen ouders vragen mee te betalen aan bepaalde activiteiten, middels een vrijwillige ouderbijdrage. Het niet betalen van deze bijdrage kan wel verhinderen dat bepaalde activiteiten niet worden ondernomen.
De bijdrage wordt door de school gebruikt om gemaakte kosten te dekken waarvoor de overheid geen vergoeding geeft.
Omdat dit wettelijk is voorgeschreven, vragen wij u voor deze vrijwillige bijdrage na de zomervakantie een overeenkomst te tekenen.
Indien u akkoord bent gegaan met de ouderbijdrage, bent u verplicht deze te betalen, evenals voor de schoolreisjes, het zwemmen en het schoolschaatsen (voor groep 5 t/m
ouderbijdrage
€10,- per kind
schoolreis groep 1 en 2:
€20,- per kind
schoolreis groep 3 t/m 6:
€35,- per kind
kamp groep 7 en 8
€55,-
schoolzwemmen (groep 6, 7 en
€24,- per kind
schoolschaatsen (groep 5 t/m
€16,- per kind
Hoofdstuk 7: De ontwikkelingen van het onderwijs in de school
7.1 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs in de school
Het onderwijs verandert in hoog tempo. Op de Noordster willen wij proberen op de veranderingen zo goed mogelijk in te spelen. Het gebruik van computers als leer- en hulpmiddel behoort daarbij. Het aantal computers wordt elk jaar meer. Alle groepen hebben gemiddeld vier computers tot hun beschikking. Hier wordt door leerlingen zelfstandig of onder begeleiding met speciale computerprogramma's gewerkt. Alle computers zijn onderling met elkaar verbonden (netwerk). We zijn ook verbonden met internet.
De administratie en het leerlingvolgsysteem wordt bijgehouden in het programma Dotcomschool.
Alle plannen ter verbetering van het onderwijs in de school staan benoemd in het schoolplan 2007/2011. De specifieke doelen voor het schooljaar 2010/2011 staan beschreven in het schooljaarplan 2010/2011.
7.2 Zorg voor de relatie school en omgeving
De school is een onderdeel van de Vereniging voor Christelijk Onderwijs in de Gemeente het Bildt. Onder leiding van de algemeen directeur komen de directeuren iedere eerste dinsdag van de maand in vergadering bijeen. De bovenschoolse directeur brengt regelmatig een bezoek aan de scholen.
Wij werken onder meer samen met Centrum voor Jeugd en Gezin Middelsee (CJG).
Het CJG Middelsee geeft kosteloos informatie, advies en ondersteuning bij opvoed- en opgroeivragen. Overal waar het logo hangt, kun je terecht met je vragen. Daar vindt een gesprek plaats over wat er aan gedaan kan worden, wat daarbij kan helpen en waar die hulp gehaald kan worden. Deze hulp is heel divers: van echte professionele hulpverlening tot het eenmalig meedoen bij een activiteit in de buurt.
Het Centrum voor Jeugd en Gezin Middelsee heeft geen spreekuren, je kunt tijdens de openingstijden van de deelnemende organisaties (scholen, kinderopvang, peuterspeelzalen etc.) je vragen stellen. Je kunt je vraag stellen aan de professional met wie je al contact hebt. Dit kan zijn: de ib-er, de directeur, op het consultatiebureau of de jongerenwerker. Deze beroepskrachten weten vervolgens de weg naar het Centrum voor Jeugd en Gezin. Zij zorgen ervoor dat je het antwoord of de hulp krijgt die passend is bij jouw situatie of vraag.
Er is ook een website: www.cjgmiddelsee.nl. Hier kun je ook antwoorden vinden op jouw vragen of via een e-loket de vraag stellen.
Vragen per telefoon of mail
Het CJG Middelsee werkt met een kernteam bestaande uit schoolmaatschappelijk werkers en verpleegkundigen van de jeugdgezondheidszorg.
Annelien Ellerman coördinator CJG Middelsee
058 234 8434 a.ellerman@cjgmiddelsee.nl
o Bibliotheek Sint Annaparochie
We lenen veel boeken. Ook doen wij mee met een aantal projecten, zoals de kinderboekenweek en de kinderjury
o Onderwijsadviesbureau High Five Drachten
Dhr. Duco Creemers is onderwijsbegeleider. Hij kan veranderingstrajecten in school begeleiden.
o Stenden Hogeschool-pabo Leeuwarden
Via hen worden stagiaires geplaatst
o GGD Leeuwarden
Zie hiervoor in het voorgaande hoofdstuk
o - Ulbe van Houten Sint Annaparochie
- Beyers Naudé Leeuwarden
- Scholengemeenschap Piter Jelles Sint Annaparochie
- AOC Leeuwarden
We hebben contact met deze scholen over het vervolgonderwijs voor onze leerlingen.
o Friese Poort/Friesland College Leeuwarden
Van tijd tot tijd hebben wij van deze organisaties stagiaires op school.
o Steunpunt NME "Het Vierspan" Stiens
Bij het steunpunt NME lenen we leskisten en materialen voor het vak natuur.
Hoofdstuk 8: Regeling school- en vakantietijden
8.1 Schooltijden
Voor onze school gelden de volgende schooltijden.
De schooltijden voor groep 1 t/m 8 zijn:
's ochtends
's middags
Maandag 8:30 - 11:45 13:00 - 15:15
Dinsdag 8:30 - 11:45 13:00 - 15:15
Woensdag 8:30 - 12:15
Donderdag 8:30 - 11:45 13:00 - 15:15
Vrijdag 8:30 - 11:45 13:00 - 15:15
Groep 1 heeft iedere maandagmiddag vrij.
De groepen 1 t/m 4 hebben elke vrijdagmiddag vrij.
8.2 Schoolverzuim
Het regelmatig volgen van onderwijs is van groot belang om tot een goede ontwikkeling te komen. Vandaar ook dat we dit als school goed in de gaten houden. Aanvragen voor verlof dienen zo mogelijk twee maanden van tevoren middels een bij de school te verkrijgen aanvraagformulier te worden ingediend. Het goed omgaan met verzuim/ verlof is een verantwoordelijkheid van school en de ouders/verzorgers.
8.3 Ziek melden
Wilt u bij ziekte van uw kind dit voor schooltijd doorgeven? Zodra het kind beter is, wordt bekeken of er leerstof ingehaald moet worden.
Als u vergeet te bellen, is dit voor de leerkrachten vervelend. Hij/zij weet dan niet waar hun leerling is. Is het kind ziek of is er iets anders aan de hand….
8.4 Vakanties en vrije dagen
Voor het komende schooljaar zijn de vakantie- en verlofdata als volgt:
Herfstvakantie: 25 t/m 29 oktober 2010
Kerstvakantie: 20 december t/m 31 december 2010
Voorjaarsvakantie: 21 t/m 25 februari 2011
Paasweekend:: 2 t/m 6 mei 2011
Meivakantie: 30 april t/m 7 mei 2010
Pinksteren: 13 t/m 16 juni 2011 (bij geen Elfstedentocht of calamiteit is 17 juni ook nog een vrije dag)
Zomervakantie: 25 juli t/m 2 september 2011
VRIJE DAGEN
-Studiemiddag team 16 september 2010 Alle kinderen VRIJ
-Onderbouwdag 13 oktober 2010 Groep 1/2 VRIJ
-Leerlingenoverleg 11 november 2010 Groep 1/2 VRIJ (ochtend)
-Informatiebijeenkomst 7 januari 2011 Groep 5 t/m 8 VRIJ (middag)
-Leerlingenoverleg 27 januari 2011 Groep 3/4 VRIJ (ochtend)
-Studiemiddag team 10 februari 2011 Alle kinderen VRIJ
-Studiedag G3 23 maart 2011 Alle kinderen VRIJ
-Leerlingenoverleg 7 april 2011 Groep 1/2 VRIJ (ochtend)
-Leerlingenoverleg 23 juni 2011 Groep 3/4 VRIJ (ochtend)
-Personeelsdag G3 13 juli 2011 Alle kinderen VRIJ
8.5 Verlofregeling
Kinderen mogen in Nederland vanaf vier jaar naar school. Vanaf vijf jaar zijn ze leerplichtig volgens de leerplichtwet. In deze wet staat in welke gevallen u verlof mag vragen voor uw kind.
o Vakantieverlof
Vakantieverlof kunt u alleen aanvragen, als u door uw beroep in geen enkele vastgestelde schoolvakantie op vakantie kunt. Bij de verlofaanvraag moet u een werkgeversverklaring toevoegen,waaruit dit blijkt. Het verlof kan eenmaal per cursusjaar verleend worden voor ten hoogste tien dagen en mag niet vallen in de eerste twee weken van het schooljaar. De aanvraag moet u minimaal twee maanden tevoren indienen.
o Verlof wegens gewichtige omstandigheden
Gewichtige omstandigheden zijn bijv. verhuizing, huwelijk of huwelijks-, ambtsjubileum, bij ernstige ziekte of bij overlijden in familie. Het verlofverzoek moet vooraf of binnen twee dagen na ontstaan van de reden worden ingediend bij de directeur van de school. Maximaal kunnen tien dagen worden aangevraagd. Verlof voor een langere periode wordt alleen toegestaan door de leerplichtambtenaar.
o Godsdienstige verplichtingen
Verlof voor het vervullen van plichten die voortvloeien uit godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging wordt, als dit tenminste twee dagen voor de verhindering gemeld wordt, toegestaan door de directeur.
8.6 Toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen
Toelating leerlingen
Kinderen kunnen tot de basisschool worden toegelaten zodra ze vier jaar zijn. Een kind is leerplichtig met ingang van de eerste schooldag van de maand, die volgt op zijn/ haar 5e verjaardag.
Protocol schorsing en verwijdering.
Dit protocol treedt in werking als er sprake is van ernstig ongewenst gedrag door een leerling. Op de school is dit protocol aanwezig.
Bij ernstig ongewenst gedrag zijn er 2 vormen van maatregelen die genomen kunnen worden:
- schorsing
- verwijdering
Schorsing.
Schorsing is aan de orde wanneer het schoolbestuur of de directie bij ernstig wangedrag van een leerling direct op moet treden en er tijd nodig is voor het zoeken naar een oplossing. Ernstig wangedrag kan bijvoorbeeld mishandeling zijn, diefstal of het herhaald negeren van de schoolregels.
Verwijdering.
Verwijdering is een maatregel die genomen wordt als het bestuur concludeert dat het wangedrag dusdanig ernstig is dat de relatie tussen de school en leerling